Een boterham met hummus in plaats van kipfilet. Een linzensoep bij de lunch. Of wat vaker een eitje in plaats van vleeswaren. Grote kans dat je dit de komende tijd vaker gaat zien in de kinderopvang. Want op 9 april
presenteerde het Voedingscentrum een vernieuwde versie van de Schijf van Vijf. En daarin verandert vooral één ding behoorlijk: we gaan minder vlees eten.
De vorige grote update van de Schijf van Vijf was alweer in 2016. Inmiddels is er veel nieuwe kennis over voeding, gezondheid en duurzaamheid. Daarom zijn de adviezen opnieuw bekeken.
Minder rood vlees, meer plantaardig
De opvallendste verandering zit in vlees. Het advies gaat van maximaal 500 gram vlees per week naar 300 gram. En daarvan mag nog maar 100 gram rood vlees zijn, zoals rundvlees of varkensvlees. Bewerkt vlees, zoals worst, ham en spek, blijft iets waarvan het advies is: liever zo min mogelijk.
In plaats daarvan komt er meer nadruk op plantaardige eiwitten. Denk aan peulvruchten, noten, tofu en bonen. Voor het eerst zijn ook duurzaamheid en voedselveiligheid structureel meegenomen in de richtlijnen. Dus niet alleen: wat is gezond voor je lichaam? Maar ook: wat betekent voeding voor de wereld om ons heen?
Wat merk je daarvan in de kinderopvang?
Veel organisaties gebruiken de Schijf van Vijf als basis voor hun voedingsbeleid. Dus ook al verandert er morgen niet ineens van alles op tafel, de nieuwe richtlijnen gaan waarschijnlijk wel invloed hebben op hoe organisaties naar voeding kijken. Dat betekent niet dat alle kinderen straks enthousiast kikkererwten eten. Maar wel dat locaties vaker gaan kijken naar andere keuzes op het menu. Bijvoorbeeld een spread van hummus bij de groenten, een keer linzensoep of vaker ei als alternatief voor vleeswaren.
En eerlijk is eerlijk: kinderen moeten soms wennen aan nieuwe smaken. Dat weten pedagogisch professionals misschien wel beter dan wie dan ook. Een peuter die vandaag een boontje dramatisch uitspuugt, eet het over drie maanden misschien ineens lachend op. Eten is ook ontdekken.
Over voeding heeft iedereen een mening
Over voeding heeft bijna iedereen een mening. Zeker ouders. Sommige gezinnen eten bewust vegetarisch, andere juist helemaal niet. De één let op suikers, de ander op biologische producten. Juist daarom zijn duidelijke richtlijnen prettig. Niet om mee te discussiëren, maar om keuzes uit te leggen.
Je hoeft als professional namelijk niet zelf het voedingsbeleid te verzinnen. Je kunt terugvallen op de nieuwste adviezen van het Voedingscentrum en de Gezondheidsraad. Dat geeft houvast in gesprekken met ouders én binnen teams.
Een goed moment om opnieuw te kijken
Voor organisaties betekent dit waarschijnlijk niet dat het hele voedingsbeleid op de schop moet. Maar het is wél een logisch moment om opnieuw te kijken naar wat je aanbiedt op de groep, hoe je daarover communiceert met ouders en welke kennis medewerkers nodig hebben.
Want voeding in de kinderopvang gaat allang niet meer alleen over een boterham smeren. Het gaat ook over gezondheid, voorbeeldgedrag, ontdekken en samen eten. Steeds meer organisaties investeren daarom in kennis rondom gezonde kinderopvang en voedingsbeleid. Want nieuwe richtlijnen zijn één ding, maar de vertaling naar de praktijk op de groep is minstens zo belangrijk. Hoe introduceer je nieuwe smaken? Hoe
voer je het gesprek met ouders? En hoe zorg je dat medewerkers daarin dezelfde lijn volgen? Juist daarin spelen scholing en praktische ondersteuning een steeds grotere rol.
Benieuwd naar de verschillende trainingen die je kunt volgen in onze Ovivio academy? Vraag hier vrijblijvend een gratis demo aan!
Bronnen:
• Voedingscentrum, vernieuwde Schijf van Vijf, april 2026
• Gezondheidsraad, Richtlijnen Goede Voeding 2025
• Kinderopvang Totaal, april 2026
• Gezonde Kinderopvang / RIVM