a blank image

Ovivio

•
3 min

Buitenspelen is serieuze ontwikkeltijd

Buitenspelen zien we nog vaak als het moment tussen de echte activiteiten door. Even frisse lucht. Even energie kwijt. Buiten gebeurt pedagogisch gezien veel meer.

Kinderen bewegen buiten vaker, en ook gevarieerder. Ze rennen over ongelijke grond, klimmen, springen en balanceren. Ze bukken, slepen en bouwen. Dat ondersteunt de motorische ontwikkeling. Buitenspelen raakt ook aan zelfvertrouwen, sociale vaardigheden en probleemoplossend denken.

Buiten ligt niet alles vast

Een buitenomgeving nodigt kinderen steeds uit om iets te doen. Een tak kan bouwmateriaal worden. Een plas roept vragen op. En een boom biedt een andere uitdaging dan een speeltoestel met een vaste functie. Buiten is minder voorgeschreven. Daardoor ontstaat ruimte om zelf te onderzoeken en te experimenteren. Kinderen bepalen vaker zelf wat ze doen en hoe ze het aanpakken. Ze bepalen ook wanneer iets spannend genoeg is om toch te proberen.

Hoe kinderen zelf betekenis geven aan wat er om hen heen ligt, lees je in ons blog over verveling bij kinderen.

Spanning hoort erbij

Onderzoek spreekt daarbij vaak over risicovol spel. Dat klinkt heftiger dan het is. Onnodig gevaar hoort er niet bij. Risicovol spel draait om situaties waarin kinderen verantwoord ontdekken wat ze al kunnen. En waar hun grens ligt. Denk aan een hoge glijbaan, een wiebelende boomstam of een tak die nét wat verder weg zit. Een kind moet dan inschatten, proberen en bijstellen. En besluiten of het doorgaat. Juist in dat proces leert een kind veel. Het voelt spanning, maakt een afweging en merkt wat er gebeurt.

Niet elk risico hoeft weg

Voor volwassenen is dat soms lastig. De reflex om snel “pas op” te roepen is begrijpelijk. Veiligheid hoort bij professioneel handelen. Toch is gevaar voorkomen iets anders dan iedere uitdaging weghalen. Onderzoek naar avontuurlijk en risicovol spel laat iets zien. Kinderen kunnen baat hebben bij ruimte voor beheersbare spanning. Ze leren hun eigen mogelijkheden beter kennen. En ze ervaren dat iets spannend kan zijn, zonder dat het meteen onveilig is.

De professional kijkt mee

Ruimte geven betekent niet dat je als professional afwezig bent. Goed observeren is juist belangrijk. Kan een kind de situatie overzien? Heeft het genoeg controle? Past de uitdaging bij wat het al kan? En wanneer is steun nodig? Soms grijp je in. Soms geef je één aanwijzing. Soms blijf je bewust op afstand. Dat vraagt vertrouwen in het kind én in je eigen professionele afweging.

Waarom observeren ook handelen is, lees je in ons blog over peuters zelf laten ontdekken.

Een kind dat nooit de kans krijgt om te struikelen, leert minder over balans. Een kind dat nooit iets spannends mag proberen, krijgt minder kans om te ervaren: dit durf ik en dit kan ik.

Buitenspelen verdient daarom een volwaardige plek in het pedagogisch denken. Buiten gaat ontwikkeling gewoon door. Sterker nog, daar spreek je verschillende ontwikkelingsgebieden tegelijk aan.

Tel dus niet alleen hoeveel tijd kinderen buiten zijn. Kijk vooral hoeveel ruimte ze daar krijgen. Om te bewegen, te onderzoeken en te proberen. En om stap voor stap hun eigen grenzen te leren kennen.

Bronnen

  • Brussoni, M. et al. (2015). What is the relationship between risky outdoor play and health in children? International Journal of Environmental Research and Public Health.
  • Sandseter, E.B.H. Onderzoek naar risicovol spel en de ontwikkeling van kinderen.
  • Dodd, H.F. et al. Onderzoek naar avontuurlijk spel en angst bij kinderen.
  • Nederlands Jeugdinstituut. Informatie over risicovol buitenspelen.
Luc Roemer
Contents
Share