In veel kinderopvanglocaties is de gang of hal een logische extra ruimte. Er wordt gespeeld, gelezen of even bewogen. Maar mag je die ruimte ook meetellen als binnenspeelruimte voor het aantal kinderen? Het antwoord is niet zwart wit. Soms mag het, maar het hangt sterk af van hoe je de ruimte gebruikt en hoe deze is ingericht.
In de regels staat dat een ruimte buiten de groepsruimte mag meetellen, zolang deze geschikt is voor spelactiviteiten. Dat klinkt duidelijk, maar in de praktijk roept het juist vragen op. Want wanneer is een ruimte echt geschikt? En wat als het officieel een verkeersruimte is?
Hoe kijkt de GGD
De GGD kijkt vooral naar de praktijk. Wordt de gang daadwerkelijk gebruikt door kinderen? Is de ruimte veilig en passend ingericht? En past het aantal kinderen bij de beschikbare ruimte? Als dat klopt, kan een gang in sommige gevallen worden meegerekend.
Tegelijkertijd speelt er nog iets anders mee: de bouwregels. Die sluiten niet altijd goed aan op de regels voor kinderopvang. Een ruimte kan volgens de opvang prima bruikbaar lijken, maar volgens de bouwtekening niet bedoeld zijn voor verblijf. Denk bijvoorbeeld aan een gang die ook als vluchtroute dient. In zo’n geval moet een deel van de ruimte vrij blijven en kun je die dus niet volledig meetellen. Dat maakt het soms ingewikkeld.
Praktijkvoorbeeld
Een voorbeeld uit de praktijk laat dit goed zien. Een locatie gebruikt een brede hal als speelruimte. Er liggen kleden, er is speelgoed en kinderen spelen er dagelijks. Voor de GGD is duidelijk dat de ruimte onderdeel is van de opvang. Maar op de bouwtekening blijkt dat de hal een vluchtroute is. Daardoor mag slechts een deel van de ruimte meetellen.
Er bestaan ook richtlijnen, zoals het advies dat een gang minimaal drie meter breed moet zijn om als speelruimte te dienen, bijvoorbeeld vanuit het Waarborgfonds Kinderopvang. Maar dit is geen wettelijke eis, alleen een hulpmiddel.
De belangrijkste vraag blijft dus: klopt jouw praktijk met wat is toegestaan?
Kun je met een plattegrond laten zien dat de ruimte geschikt is voor verblijf, en gebruik je die ruimte ook echt tijdens de opvang, dan zit je meestal goed. Is dat niet duidelijk, dan is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente. Zij kunnen beoordelen of de ruimte ook volgens de bouwregels geschikt is.
Uiteindelijk kijkt de GGD naar hoe jij het in de praktijk hebt geregeld. En juist daar ligt de sleutel.
Bronnen
- Rijksoverheid – Besluit kwaliteit kinderopvang en toelichting ( link https://wetten.overheid.nl/BWBR0039936/2024-07-01)
- Waarborgfonds Kinderopvang – Kwaliteitsadvies over gebruik van ruimte ( https://www.waarborgfondskinderopvang.nl/kennis/kennisbank/kwaliteitskader-huisvesting-kinderopvang)
- Raad van State – Uitspraak over gebruik van ruimte en vluchtroutes (2015) ( https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2015:59)
- Rechtbank Amsterdam – Uitspraak over gang als speelruimte ( https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2966) (2011)